Aan de slag met...

naleving


Bij de nieuwe regierol van gemeenten hoort ook het stimuleren van spontane naleving van wet- en regelgeving. Ook zonder wettelijke taak kun je als gemeente al veel doen om het iemand makkelijker te maken om zich aan de wet te houden. Naleving bestaat uit preventie, communicatie, monitoring, toezicht en sanctioneren. Sanctioneren wil je voorkomen.

Hoe bereik je spontane naleving het best?

Tips en handvatten

  • Naleven is meer dan sanctioneren alleen. Spontane naleving begint met aan de voorkant de goede dingen doen (preventie). Zoals controleren of iemand begrijpt wat je van hem verwacht. En de dienstverlening laten aansluiten op de behoefte van een inburgeraar. Ook begrijpelijke communicatie is belangrijk. Je mag ervan uitgaan dat de meeste inburgeraars intrinsiek gemotiveerd zijn om mee te doen. Pas als dingen spaak lopen, komt sanctioneren misschien aan de orde.
  • Denk niet: ‘als we een inburgeraar per brief informeren over de regels, dan gaat het vanzelf wel goed’. Verdiep je in de situatie en drijfveren van mensen; dit verklaart hun gedrag. Door je bewust te zijn van de nieuwkomer zijn gedrag, kun je je beleid en communicatie richting diegene beter inrichten. Als een inburgeraar iets niet doét, wil dit niet per se zeggen dat hij niet wíl. Soms begrijpt iemand niet wat de bedoeling is. Of is er wantrouwen naar overheidsinstanties.
  • Na een jaar in een azc wordt iemand passief. Zodra je geplaatst wordt in een gemeente plotseling moet je ineens van alles, van allerlei instanties. De vraag is niet óf een inburgeraar stress heeft, maar hoevéél. Door stress kan de mentale kracht ontbreken om moeilijke dingen te doen en in actie te komen. Terwijl iemand dat wel wil.
  • Neem de tijd om in de schoenen van je doelgroep te gaan staan. En blijf dit doen. Loop een formulier eens door, of woon een bijeenkomst bij, terwijl je je probeert voor te stellen hoe dit overkomt. Realiseer je tegelijkertijd dat je nooit precies zult weten wat de belevingswereld van een inburgeraar is. Daarom is het verstandig ervaringsdeskundigen te betrekken bij eigen beleid.
  • Regelmatig is post van instanties onbegrijpelijk. Niet alleen qua taalniveau (woorden, lange zinnen). Maar ook omdat onterecht wordt aangenomen dat mensen processen snappen en instanties uit elkaar kunnen houden. Als je als ambtenaar helemaal in een onderwerp zit, is het moeilijk om je te verplaatsen in een leek (blinde vlek). Laat dat wat je wilt communiceren daarom checken door iemand die niet in de materie zit.
  • Zodra mensen het gevoel hebben dat iets ingewikkeld is, daalt hun zelfvertrouwen en raken ze gedemotiveerd. Geef mensen het gevoel dat ze stappen maken, hoe klein ook. Dan blijven ze in beweging. Dat kan via een compliment of motiverende brief.
  • Spreek de mensen zelf, en degenen die dicht bij ze staan. Denk aan kleine, lokale initiatieven die bruggen proberen te slaan tussen de Nederlandse en bijvoorbeeld Eritrese cultuur. Dat levert veel nuttige informatie op.
  • Veranker gedragspsychologie in je processen door functionarissen aan te stellen, of kennis in te huren. Stel jezelf de vragen: Wat verwacht ik van inburgeraars? Wat is de context? Wat zijn iemands drijfveren? Waar zit weerstand of onduidelijkheid?
  • Het kan helpen om één centraal punt voor informatieverstrekking in te richten, zoals in Den Bosch. Verschillende organisaties werken daar samen: Vluchtelingenwerk, maatschappelijke organisaties, taal-/onderwijsaanbieders, zorginstellingen (ggz) en financiële instellingen. Dit zorgt voor kruisbestuivingen en het maakt persoonlijke aandacht mogelijk.
  • Inburgeraars moeten veel praktische dingen regelen als ze net zijn verhuisd. Begin daarom niet meteen over alle regels waar ze zich aan moeten houden; wacht daar minstens een maand mee. En ga zo’n gesprek aan van mens tot mens. Verschuil je niet achter je functie, lijstjes of systemen. Vraag hoe het met iemand gaat en wat hij of zij nodig heeft. Neem de tijd en toets of de ander je begrijpt. Op deze manier kom je het meeste te weten over de situatie en wat op dat moment prioriteit heeft. Als het ijs gebroken is, komen rechten en plichten vanzelf aan bod.
  • Het kan nuttig zijn om de functie van werk- en inburgeringsconsulenten te combineren binnen de gemeente (één regiehouder). Zo is kennis over (wrijvingen tussen) rechten en plichten van de Participatiewet en de Wet inburgering op één plek beschikbaar.
  • De gemeente Venlo wil met de nieuwe Wet dat elke inburgeraar één aanspreekpunt heeft, zodat het voor de inburgeraar duidelijk blijft. Venlo kiest voor een ‘helpende hand’-aanpak. Uitgangspunt is duurzame zelfredzaamheid voor de inburgeraar (gezondheid, sociaal, financieel). Naast de competenties die iemand daarvoor nodig heeft (taal, ‘de weg weten’), is er oog voor barrières die zelfredzaamheid in de weg zitten. Denk aan problemen met de gezondheid, trauma’s, of sociaal isolement. Einddoel is dat inburgeraars weer onafhankelijk en van betekenis kunnen zijn.
  • In Venlo krijgt de gemeente de rol van toezichthouder, die in de gaten houdt of inburgeraars inderdaad zelfredzamer worden. De stappen die daarvoor nodig zijn, zet de inburgeraar samen met een coach. De inburgeraar legt dan samen met zijn coach zijn gezette stappen uit aan de gemeente tijdens een controlegesprek.Vanwege de raakvlakken met de andere wetten is het verstandig inburgering integraal onderdeel te maken van het sociaal domein. Tevens helpt het hebben van een veilige sociale basis de inburgeraar weer om de PIP afspraken te kunnen volgen.

Deze tekst is een bewerking van de websessie ‘Stimuleren van spontane naleving’ op 17 juni 2021, onderdeel van de reeks sessies ‘Inburgering in uitvoering’ georganiseerd door Divosa, de VNG en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Meer informatie over het inrichten van naleving bij de nieuwe wet vind je in het kennisdossier.

Daar vind je ook een contactformulier voor als er vragen zijn.